Beeld: Niels Onderwater Fotografie

Race skiër Maarten Meiners aan de top in Tirol

------

Hij begon al op zijn vijfde met skiën. Op de borstelbaan, de Wolfskamer in Huizen. Toen hij eenmaal zijn ski’s in de echte sneeuw, tijdens zijn eerste wintersportvakantie met zijn ouders, ondergebonden had, trok hij ze niet meer uit. Ik belde even met de succesvolle, professionele én Nederlandse race skiër Maarten Meiners.

Mirte

Zoekt non-stop het actieve, winterse leven op daar waar de sneeuw... Over de auteur

Maarten aan de top in Tirol.

Zeg Maarten, hoe kom je als Nederlandse skier, afkomstig uit een plat land, zo hoog aan de top?

‘Vanaf het moment dat ik op die borstelbaan stond vond ik skiën zo leuk dat ik er al snel wekelijks te vinden was. Mijn eerste wedstrijd skiede ik daar op diezelfde borstelbaan, de skischool trofee. Een soort clubkampioenschappen. En omdat het nogal moeilijk is om te freeriden op een borstelbaan, rolde ik eigenlijk vanzelf de race-wereld binnen. De club organiseerde ook trainingskampen naar Oostenrijk, elke schoolvakantie zat ik dus ook in de bergen om te trainen. Maar dat was niet genoeg, ik wilde meer skiën. En dat kon vanaf het moment dat ik in Oostenrijk met een Oostenrijkse trainer ging trainen, dat was tussen 2004 en 2008. Na een aantal internationale wedstrijden voldeed ik aan de eisen om in het Nederlands Team te komen en stap voor stap werd mijn passie mijn beroep.’

‘Je moet jarenlang heel veel trainen en gemotiveerd blijven.’

Er zijn niet zoveel Nederlanders in jouw team…voel je je niet alleen?

‘Er zijn inderdaad weinig Nederlanders die aan de Europa Cup meedoen. Je moet jarenlang heel veel trainen en dus ook gemotiveerd blijven. Er blijven er gedurende die rit weinig over. Het is daarnaast ook behoorlijk kostbaar, zonder mijn sponsoren als ERU Prestige, Rossignol en Audi zou ik mijn sport niet op deze manier kunnen uitoefenen. Helemaal alleen ben ik niet, dit is namelijk het derde seizoen dat ik bij het Duitse team aan kan sluiten, georganiseerd door en dankzij de Nederlandse Ski Vereniging. Ik kan er ook voor kiezen alleen te trainen, maar er werd me geadviseerd in een team, met teamgenoten, op te trekken. Hoewel ik de enige Nederlander ben, ben ik toch helemaal geïntegreerd in het Duitse team en heb ik nu veel teamgenoten waar ik mee op pad ben.’

Wacht even…jij als Nederlander, traint met het Duitse team, maar woont in Oostenrijk? 

‘Juist! Ik woon in Innsbruck. Daar waar het voor de Duiters wat makkelijker is naar huis te gaan gedurende een twee- of driedaagse pauze tussen het trainen door, loont het voor mij niet echt helemaal naar Nederland af te reizen. Ik zocht dus een plek die centraal lag, centraal voor de trainingen en ook nog eens in het midden van alle wedstrijden. Innsbruck is de ideale uitvalsbasis daarvoor. Niet alleen omdat het heel gemakkelijk bereikbaar (en snel toegankelijk) is, het is tevens een heel gezellige stad die midden in de bergen ligt. Zelfs vanuit de stad kun je met de gondel omhoog. En mijn trainer woont erg dichtbij, de skigebieden rondom Innsbruck zijn dus een goede uitvalbasis. Zo is Axamer Lizum super om te freeriden, iets wat ik graag doe in mijn vrije tijd. Voor het echte piste skiën, en mijn benen in vorm te houden, is Steinach am Brenner een aanrader. Er zijn maar drie liften en vier pistes, maar ze zijn het waard! Sankt Anton en Ischgl zijn uiteindelijk toch wel mijn favoriete gebieden.’

Maarten als echte Nederlander op zijn fiets in Innsbruck.

Je reist dus eigenlijk heel wat af, zowel voor trainingen als wedstrijden. Hoe ziet jouw agenda er ongeveer uit?

‘Ja, dat klopt. Trainen doen we waar op dat moment de sneeuw het beste is. Als er verse sneeuw gevallen is, is dat niet altijd ideaal: de piste is dan wat zachter en dan kun je minder goed druk geven in de bochten. Voor een slalom injecteren ze normaal gesproken de sneeuw met water, zodat het mooi opvriest. De ideale piste om te trainen is met water geprepareerd en ontzettend ijzig. Gelukkig worden onze ski’s elke dag geslepen, waardoor we met de juiste techniek genoeg grip hebben.
Als ik een wedstrijd heb, dan rijd ik er meestal een dag van te voren naar toe. De wedstrijdpiste zelf mag dan niet geskied worden, maar soms train ik enkele dagen ervoor in hetzelfde gebied. Het is ook beter om de dag van te voren niet honderd procent te geven, je wil toch fit aan de start verschijnen. Zonder spierpijn. Het is ook niet zo dat je bijvoorbeeld drie weken naar een wedstrijd toeleeft of toewerkt, ik heb ongeveer elke week een of twee wedstrijden, zo blijf je dus in vorm. De meeste wedstrijden die ik doe behoren tot de Europa Cup, op die manier probeer ik mijn startpositie tijdens een wereldbekerwedstrijd verbeteren. Hoe eerder je kan starten, hoe beter de piste er nog bij ligt. Iedereen in de top dertig mag tijdens een wereldbekerwedstrijd een tweede run doen, daar ga ik dus voor.’

‘Op een gegeven moment kun je beter omgaan met de zenuwen.’

Maar je gaat ook voor de Winterspelen in 2018.

‘Daar maak ik wel een realistische kans op. Het NOC*NSF gaat voor een goede klassering, de kwalificatie-eisen zijn dan ook behoorlijk pittig: een keer in de top acht of twee keer in de top zestien eindigen. Ik moet een grote stap maken, maar ik heb nog anderhalf jaar. Vorig seizoen verliep wat minder goed, omdat ik met blessures te maken had. Nu voel ik me goed en elke wedstrijd die ik doe levert me weer extra ervaring op. Die ervaring is belangrijk, zowel voor de samenwerking met de materiaalman, als fysiek en mentaal. Als je bijvoorbeeld na de eerste run eerste staat, dan is het mogelijk om de tweede run ook 100% te scoren. Dat is ervaring. Op een gegeven moment kun je beter omgaan met zenuwen, druk en stress en weet je hoe de ski’s voor jou het beste geslepen en gewaxt moeten worden. Als ik de Winterspelen van 2018 niet haal, dan heb ik er in ieder geval alle vertrouwen in in 2022 en 2026.’

Je doet dit seizoen ook mee aan de wereldkampioenschappen, die wordt maar een keer in de twee jaar gehouden. Ben je voor zo’n wedstrijd zenuwachtig?

‘Deze wedstrijd is zeker wel het hoogtepunt van het seizoen, dit jaar in Sankt Moritz, op 17 februari. En daar leef je naar toe, met een gezonde spanning! Die spanning is ook wel goed, het houdt je scherp. Je moet je ook continu aan allerlei factoren aanpassen, als er wind staat bijvoorbeeld…de een heeft wind mee, de ander tegen.

Elke keer als ik aan de start sta dan is die spanning er wel hoor, maar mijn hoofd is dan wel helemaal leeg om het parcours te kunnen visualiseren. Vlak voor de wedstrijd mag je de afdaling bekijken, er rustig doorheen skiën. Zo kun je alle moeilijke bochten en hobbels goed in je opnemen. Zodra je aan de start staat dan ga ik dat hele parcours nog eens na, zodat ik sneller kan reageren. Tijdens de run zelf heeft het eigenlijk geen zin om te denken: ‘Onee! Die bocht ging niet goed!’, tegen die tijd ben je allang bij de finish. Het is dus 100% focus, totdat je door de finish bent en het scorebord kan zien.’

Honderd procent focus tot aan de finish.

Het lijkt me ontzettend zenuwslopend…

‘Dat is het ook! Je mag maar een run doen en dat is soms best moeilijk. Maar wel heel interessant en leuk!’

Nederland gaat voor je duimen! Hup Holland hup!

Ski & Snowboard, Sport, Winter

Geen reacties