Sankt Jodok in het Wipptal

Een tussenstop in de Bergsteigerdörfer van het Wipptal

------

Wie tegenwoordig over de Brennerautoweg van Innsbruck richting Italië rijdt, komt in korte tijd langs alle zijdalen van het Wipptal. Ondanks de steeds groter wordende rol van de Brenner als reisroute hebben deze zijdalen hun oorspronkelijke karakter behouden. Over een zomerse tussenstop in de Bergsteigerdörfer St. Jodok, Schmirn- en Vals.

Evelyn

In 2008 trok Evelyn in een liefdesroes naar Oostenrijk en wil nu... Over de auteur

Het was Goethe die schreef in 1786: “Von Innsbruck herauf wird es immer schöner…” en gelijk heeft hij. Ik schakel een versnelling terug en verlaat bij uitrit 19 de Brennersnelweg. Tien kilometer is het nu nog naar Sankt Jodok, een klein dorpje, vernoemd naar de bedevaartsheilige Judocus – Jodok in het Duits. Vroeger trokken de pelgrims naar Rome door Sankt Jodok, vandaag zijn het de wandelaars langs de Tiroler Jakobsweg. Wat dit dorpje op 1129 meter echter zo bijzonder maakt, is de toegang tot zowel het Schmirn- als het Valsertal. Twee valleien die bekend staan om hun rust, schoonheid en natuurlijkheid. De regio St. Jodok, Schmirn- en Valsertal mag zichzelf dan ook sinds 2012 Bergsteigerdorf noemen, een titel die een regio kan krijgen wanneer ze “neen” zeggen tegen de grote Eurobiljetten die het toerisme opbrengen kan en dus niet protsen met reusachtige hotels, skiliften over meerdere bergkammen en kunstmatig besneeuwde pistes tijdens de wintermaanden.

Eigenlijk ben ik op weg naar het warme Italië , maar vooraleer ik me in het drukke dolce vita gooi, gun ik me een paar dagen rust in de Geraerhütte in het Valsertal. Vanaf de parkeerplaats Geraerhütte gaat het te voet bergop. Gelukkig heb ik een bagagetransport geregeld bij het boeken van de logies, denk ik een paar keer luidop. Katharina Lanthaler, verwelkomt me als ik na ongeveer 45 minuten bij de hut aankom – een beetje moe toegegeven. Uit de keuken geurt het echter heerlijk en ik vergeet al snel die pijne voeten! De hut telt 105 bedden– waaronder zelfs een paar in gezellige tweepersoonskamers – maar Katharina en Arthur bedienen ook graag dagjesmensen en klimmers. De avond laat ik uitklinken met blik op de rots- en ijswanden van Olper, Fußstein en Schrammacher die één voor één rood kleuren bij zonsondergang.

Panoramafoto van de Geraerhütte

De volgende morgen trekken vele gasten verder naar de Alpeinerscharte, de bergpas richting het Zillertal of het Steinerne Lamm, een rots in de vorm van een lam op de bergpas naar het Schmirntal. Ik heb echter een afspraakje met Helga Maria Hager in de Helga’s Alm, een alm die, zo blijkt na aankomst, precies op almen lijkt uit  sprookjesboeken. De enige luxe die je hier vindt, is een vaatwasser en een composttoilet in plaats van een kakhuis. Hier woont Helga met haar 14 geiten die ze als eigen kinderen behandelt. Helga is een bijzondere vrouw: ze is de eerste Oostenrijkse wijnsommelière, is officiële Tiroler berg- en almgids en ze maakt kaas, overheerlijke, excellente geitenkaas. Een hele dag vertoef ik op haar alm, help ze bij hooimatrassen en geitenkaas te maken en gewoon genieten van de stilte hier boven.

Helemaal aan het einde van de Schmirntal stoot je op de Gasthof Kasern – waar je de lekkerste taart eet in de regio – van waaruit een wandelroute richting Tuxer Joch (2.338 m) voert. Wolfgang, mijn berggids op dag 2 van mijn bezoek aan het Wipptal, en ik parkeren er onze wagen en trekken onze stapschoenen aan. Vandaar gaat het via weg 324 op het Tuxer Joch, de overgang naar het Zillertal. Nu en dan pittig steil gaat het gestaag bergop. Hoe hoger we komen, hoe imposanter de omgeving wordt: we genieten een prachtig uitzicht op de Jochgrubenkopf (2.453 m), ontdekken zijdeplantgentiaan en arnica langs het wandelpad, luisteren naar het ruisen van een waterval. Na ongeveer 2,5 uur komen we boven aan en worden we getrakteerd op een uitzicht over de Tuxer Gletsjer en omliggende bergen. Vanop een kleine heuvel zie je zelfs tot in het Tuxertal, de wel meest bekende vallei van het Zillertal.

Deze route, zo vertelt me mijn gids, heeft een bijzondere historische betekenis. Het dorp Hintertux in het Zillertal telde tot in 1926 tot de gemeente Schmirn in het Wipptal. Dat betekende dus ook dat bijvoorbeeld gestorvene dorpelingen over het Tuxer Joch moesten worden gesleept om dan vervolgens in het Wipptal begaven te worden. Een bijzonder heikel iets, vooral tijdens de winter. In de wintermaanden werden daarom de verstorvenen op zolder ingevroren tot de lente weer kwam en de weg naar het Schmirntal weer vrij werd. Sinds 1926, sinds Hintertux tot het Tuxertal hoort, staan hier drie oude kruistekens die moeten herinneren aan het lange, gevaarlijke oversteken van de bergpas door de bewoners van Hintertux.

PRAKTISCHE INFO

ERHEEN:

Brussel – Sankt Jodok am Brenner 870 km
Amsterdam – Sankt Jodok am Brenner 960 km
Vliegen kan meermaals per week met Transavia van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Eindhoven naar Innsbruck (vanaf €90 pp).
Met buslijn F of taxi kom je vervolgens heel makkelijk naar Innsbruck station, waarna het per trein richting Sankt Jodok am Brenner gaat in een half uurtje
Transavia en Eurowings vliegen beiden ook meermaals per week van Brussel naar Salzburg (vanaf €75 pp).

WANDELROUTE TUXER JOCH: Start in Ladins, Schmirn bij Gasthof Kasern. Weg nr 324 Tuxerjochhaus, Lengte: 7km, Hoogteverschil: 790m, Aan te bevelen van juni tot september. Mogelijkheid op krachten te komen in het Tuxerjochhaus (Tuxer Joch) of Gasthof Kasern (Schmirntal)

INFO : Wipptal Tourismus

2 Reacties

  • Heinz & Josien Stegeman
    Heeft U ook hotel aanbiedingen voor ca. 8 dagen 2 x 2 personen. in eind Augustus. vriendelijke groet, Heinz Stegeman
    • Denise Krug
      Leuk dat u geïnteresseerd bent in Tirol, wij sturen u graag meer informatie via de mail! Met vriendelijke groet, Denise - het Tirol Team