De Zirbenweg, drie mannen en een prinses op de erwt

------

De Duitstalige blogster Fabienne woont nabij Innsbruck en is in Tirol vaak op stap met haar drie mannen. Deze keer vertelt ze over hoe ze met rugzak langs de Zirbenweg hoog boven het Inndal trokken en overnachtten in het Patscherkofel-Schutzhaus. Een gezellige en makkelijke wandeling zonder grote stijgingen. Des te meer plezier hadden ze!

Strakblauwe lucht en overal die lekkere geur van alpenden – heerlijk!

Eén van de meest bekende en eenvoudig begaanbare wandelpaden even buiten Innsbruck – de hoofdstad van de Alpen – is de Zirbenweg. Deze zeven kilometer lange, bijna vlakke bergpromenade in het beschermde landschapsgebied Patscherkofel-Zirmberg op 2000 meter boven de zeespiegel, voert door een eeuwenoud gesloten alpendennenwoud (zoals de naam “Zirbenweg” al zegt). De wandeling duurt ongeveer 2,5 uur. En wat kinderen hele erg bevalt is dat het lastige bergop wandelen hier niet moet, want je neemt gewoon de stoeltjeslift om vervolgens het prachtige bergpanorama met uitzicht over het Inndal en het tegenoverliggende Karwendel-gebergte te genieten.

In tegenovergestelde richting

Waarom “normaal wandelen” als men zich stijf als een stok of licht als een adelaar kan bewegen?

We besluiten de toer net iets anders te wandelen als alle anderen. De meeste wandelaars starten bij de Patscherkofel en lopen naar de Tulfeinalm, maar wij wandelen de wandeling precies in de tegenovergestelde richting omdat we graag willen overnachten in het Schutzhaus op de Olympiaberg Patscherkofel. Dus vertrekken mijn man, onze twee zonen (7 en 9 jaar) en ik na de lunch richting Tulfes, waar we de lift nemen. Dat klinkt misschien voor velen zeer laat, maar de wandeling die we willen wandelen is ja niet zooooo lang en zo hebben we ook minder last van tegenliggers. De Glungezerbahn brengt ons naar Halsmater, van daaruit gaat met het de stoeltjeslift verder naar de Tulfeinalm. De lift is zeer retro, maar doet wat hij moet doen: in éénpersoonsstoeltjes wiegt ze ons richting bergstation. Op het terras van de Tulfein Alm is het een drukte van jewelste: de meeste Zirbenwegwandelaars hebben immers hun doel al bereikt en genieten van de welverdiende beloning in de vorm van een lekker biertje of Kaspressknödel (de beste in Tirol, zegt men), vooraleer het weer richting dal gaat. Maar wij moeten nog starten en snoeren dus onze bergschoenen vast… los geht’s!

Wandelen tussen eeuwenoude bomen

Moeilijk te geloven maar het is waar: sommige bomen hier zijn meer als 500 jaar oud

Wie met kinderen onderweg is – of het nu met de auto is of te voet – weet dat de vraag “Hoe ver nog?” een vaak gehoorde frase is. Maar: tijdens de wandeling langs de Zirbenweg lijkt dat plots anders. De jongens amuseren zich, rennen vooruit en komen weer terug, daardoor leggen ze wellicht het dubbele aantal kilometers af als wij stappen, ontdekken alle mogelijke interessante dingetjes in de bermen, genieten nu en dan een kleine portie doping in de vorm van müslirepen of gummibeertjes op één van de vele bankjes onderweg, en jawel hoor, plots is 1,5 uur al voorbij  en hebben we al meer dan de helft van de wandeling achter ons. Zonder grote moeite, zonder al te veel hoogtemeters, daarvoor met veel panorama en prachtige uitzichten.

Moe? Zeker niet!

Want het uitzicht over het Inndal en de omliggende bergen imponeren klein en groot. En de ontelbare alpendennen, Nederlands voor “Zirbe” – de meeste zijn meer dan 500 jaar oud – langs de wandeling vormen één van de grootste alpendenbossen in Europa.

Een bloodrood oog in de groene weide

Wat is dat? Een meertje vol bloed?

We genieten van een kleine pauze in het Berggasthaus Boschebe, maar de kinderen worden ongeduldig en willen verder. Kort voor en kort na het Gasthaus is het even opletten geblazen want hier en daar is het pad smal en de afgrond zeer diep. Maar wie voorzichtig wandelt en geconcentreerd blijft, kruist zonder al te veel moeite deze geëxponeerde passages. Het laatste halve uurtje richting Patscherkofel verloopt zonder verder problemen en de jongens rennen voorop als dolle veulens.

Onder het wateroppervlak schijnt het water een heel normale kleur te hebben

We leggen nog een korte stop in bij een klein meertje met ongewone rode kleur. Omdat we geen biologen en geen natuurwetenschappes zijn, is het natuurlijk gissen waarom het water van dit bergmeertje zo rood, ja bijna paars kleurt. Verder discussiërend en overleggend wandelen we verder en kort voor het Schutzhaus op de Patscherkofel besluiten we dan maar te geloven dat het meer zo rood kleurt door stuifmeel.

Prinses op de erwt

Ons Lager deze nacht… de mannen vinden het prima!

Het Schutzhaus ziet er prachtig uit in de avondzon op het kleine plateau. Nieuwsgierig verkennen we onze overnachtingsaccomodatie. Doordat we pas heel last minute een bed geboekt hebben in het Schutzhaus, hebben we spijtig genoeg geen tweepersoonskamers meer gekregen. Maar in het Lager zijn nog bedjes vrij! Ik beken, dat ik niet helemaal ongelukkig ben te horen, dat we het lager voor ons alleen hebben, want slaapzalen, dat is eerlijk gezegd niet zo mijn ding. Het allerliefst slaap ik eigenlijk sowieso in mijn eigen bed, maar voor een overnachting op een berg, moet men al eens compromissen sluiten. De mannen is het allemaal eender, die vinden het Lager net zo cool als een Zimmer.

Culinaire verrassing

Perfect voor na een wnadeling langs de Zirbenweg: huisgemaakte Zirbenschnaps!

De Hüttenwirt Markus Weber serveert ons avondeten op het terras – op zo’n grote hoogte smaken gulasch en schnitzel dubbel zo goed als in het dal. Wellicht is dat te wijten aan de smaakversterkende formule “geslaagde wandeling + berglucht + uitzicht” – en natuurlijk op de excellente keuken in het Schutzhaus.

Een maanlandschap boven Innsbruck

Het Inndal lijkt wel door de avondzon gekust

De hemel is een waar spektakel – de stralen van de avondzon banen zich een weg door de dikke wolken en kleuren de bergen en de vallei in een gouden licht. Dit schouwspel is magisch en we besluiten, na het avondeten, nog even naar de top van de Patscherkofel te wandelen.

Aha! Helemaal alleen ben je nooit in de bergen…

 

Een bijzonder licht boven het Wipptal

De kinderen willen nu eindelijk eens die rood-witte antenne, die op de huisberg van Innsbruck pronkt en ook vanuit de stad heel goed zichtbaar is, van dichterbij bekijken. Ongeveer één uur hebben we nodig vooraleer we via een bergpad (er is ook een bredere weg, maar die is niet zo leuk om te wandelen), langs almrozen en grazende koeien de Patscherkofel bereiken. De föhn, die tijdens de lente en de herfst vaak met orkaanachtige snelheden door het Inndal en over de Patscherkofel veegt, zorgt ervoor dat de vegetatie op de bergtop een beetje lijkt op een maanlandschap. In combinatie met al de technische snufjes die hier te zien zijn (zendemast, weerstation, seinlichten etc) en de mystieke sfeer, die hier hangt, heb ik het gevoel alsof ik ergens op een buitenaards plekje ben. Maar de kinderen vinden het enig en ook wij zijn gefascineerd.

Vroeger ging er een lift tot helemaal bovenaan de Patscherkofel. Het bergstation staat er nog steeds.

 

Een gebouw dat fascineert: een installatie van de NASA of toch een doodnormaal weerstation?

 

Vooraleer we naar het Schutzenhaus lopen, nog even een kiekje bij het Gipfelkreuz

Uit het Stubaidal komt niettemin een onweer opzetten. Bliksem en donder in de bergen kan heftig zijn en dus keren we snel naar het Schutzhaus terug. Markus, de Hüttenwirt, trakteert ons voor het slapen gaan nog op een glaasje Zirbenschnaps, de jongens krijgen nog een ijsje. We spelen nog een rondje “Uno” en dan gaan we slapen. Ik slaap niet zo goed en diep zoals thuis, maar mijn drie mannen lijken zich aan niets te storen: zodra ze in bed liggen, verdwijnen ze in dromenland.

Prachtig – een zonneondergang in de bergen

De alledaagsheid steekt de kop op

We genieten het ontbijt op het terras en het uitzicht op de zich langzaam ontwakende stad aan onze voeten. Eigenlijk wilden we met de Patscherkofelbahn richting dal suizen, maar we besluiten toch te wandelen en een tussenstop bij de idyllische Lanser Alm in te lassen.

“Papa, mag ik je mobieltje voor een foto?”

Mooi is het ook op deze alm. We zitten, drinken en eten, genieten het leven en onze Heimat. Als het dan tijd wordt langzaamaan weer naar huis te keren en de laatste hoogtemeters naar Igls te maken, komt de alledaagsheid weer om de hoek gluren. Het laatste stukje van de wandeling duurt toch langer als gedacht en plots beginnen de jongens weer de bekende vraag “Hoe ver nog?” op ons af te vuren. Met motivatie- en afleidingsmanoeuvres proberen we ze tot in het dal te krijgen, waar mijn schoonvader ons opwacht en ons met de auto terug naar de Glungezerbahn brengt. Amper hebben onze jongens plaats genomen op de achterbank, en beginnen ze met allerhande superlatieven te vertellen over de voorbije twee dagen. Ik zit ernaast en geniet van hun verslag terwijl ik zwijgend de beelden van de laatste twee dagen door mijn hoofd laat gaan. 

Belangrijk: momenteel wordt er bovenop de Patscherkofel gewerkt aan een nieuwe lift.

Meer details over de Zirbenweg vind je hier.

Geen reacties