Innsbruck: steden- en skitrip ineen

09.12.2017Caroline VlietstraCaroline Vlietstra
Foto: Tommy Bause

Skiën en cultuursnuiver met als thuishaven de hoofdstad van de Alpen: Innsbruck. Dat betekent skiën met een keuze uit de negen omliggende skigebieden, winkelen, lekker eten en uitgaan in de meer dan 800 jaar oude olympische stad. Een stad waar Transavia je elke dag tijdens de wintermaanden heen brengt en die beroemd is vanwege de Maria-Theresien Strasse, het fantastische uitzicht en het Gouden Dak. Hier vind je het beste van twee werelden; een steden- en skitrip ineen. Waar de stadsstoep eindigt, begint de skihelling. Hier nemen we met liefde twee dagen voor vrij.

Bijna naast de deur

We hebben de tijd voor u opgenomen. We vertrekken vanaf Schiphol en vliegen in een uur en twintig minuten naar de hoofdstad van Tirol; Innsbruck. De tijd hebben we gemeten zonder inchecken. Bagage ophalen kostte ons vijftien minuten. De bus rijdt de vier kilometer naar het centrum van de stad in acht minuten. Inchecken hotel en omkleden kostte ons een kwartiertje. Ski’s en schoenen namen we mee op de vlucht. Na tien minuten lopen bereikten we de Nordkettenbahn, de futuristische kabelbaan. Deze brengt ons in twintig minuten naar de top van het Nordkette-skigebied. Vanaf het moment dat ons vliegtuig opsteeg tot het moment dat we van een fantastisch uitzicht over de stad genieten, zijn we twee uur en achtentwintig minuten bezig. Ongeveer de tijd die ik kwijt ben aan een driesetter tijdens een tenniswedstrijd zeg maar.

Transavia vliegt tijdens de wintermaanden dagelijks op Innsbruck.

Transavia vliegt tijdens de wintermaanden dagelijks op Innsbruck.

Stad verkennen

Na de lunch met waanzinnig uitzicht besluiten we de stad te gaan verkennen. We zien al snel dat het traditioneel ogende Innsbruck met zo’n 130.000 inwoners, zeker geen ‘geitenwollensokkenstad’ is. Hier wonen en studeren 30.000 jongeren en vind je heel wat hippe tenten. De stad heeft een hoop mooie boetiekjes en stikt van de sportzaken. Logisch, waar je ook om je heen kijkt, overal zie je bergen. Hier is dan ook niemand een ‘binnenmens’. We kopen wat skibenodigdheden, worden geadviseerd door verkopers met echt kennis van zaken, en gaan met onze tassen vol op zoek naar het beroemdste gebouw van Innsbruck; het Museum Goldenes Dachl, het Gouden Dak, met zijn 2657 koperen dakpannen van bladgoud. Daarna nemen we een kijkje bij het graf van keizer Maximiliaan I dat ‘bewaakt’ wordt door 28 levensgrote bronzen beelden en duiken het Volkskunstmuseum in om meer te weten te komen over de geschiedenis van deze historische stad met invloeden uit de renaissance.

Het bekende Gouden Dak, Goldenes Dachl, in Innsbruck.

Het bekende Gouden Dak, Goldenes Dachl, in Innsbruck.

Avondski; ‘Stahlen Arsch’ verzekerd

Na het middagje cultuursnuiven besluiten we ons als locals te gedragen. We gaan tourskiën, een sport die hier veel beoefend wordt. Na werktijd gaan werknemers, vaak samen met collega’s of vrienden, de berg oplopen. Een heftige sport, maar eentje die garant staat voor een ‘Stahl Arsch’ en een beregoede conditie. Op het parkeerterrein onderaan de Mutterer Alm staan mensen met hun voeten in de sneeuw zich om te kleden tussen de deuren van hun auto’s. Hoge hakjes worden verruild voor skischoenen, kekke rokjes voor dikke skibroeken, colberts voor felgekleurde gewatteerde jassen. Het is half zeven in de avond, de werkdag zit er voor de Innsbruckers op en ze maken zich klaar voor een avondje sporten in de buitenlucht. De locals gebruiken de bergen als sportschool.
Om ons heen vormen zich groepjes vrienden die (met plakvellen onder de ski’s tegen het terugglijden) met hoofdlampen op, als een soort lichtslang, op de ski’s de berg oplopen. Sommigen hebben de hond mee, ook voorzien van hoofdlamp. Enkele niet-skiërs zijn te voet en trekken een sleetje achter zich aan.

We sluiten ons aan bij Esther en Christian die, net als ongeveer 600 andere sportievelingen, elke woensdagavond de Mutterer Alm oplopen om na anderhalf uur zweten het bergrestaurant te bereiken. Dit stelletje is hier elke woensdagavond te vinden. “Het avondtourskiën zie je hier steeds vaker. Het is een heerlijke manier om je kop leeg te maken en de stress van de werkdag van je af te zetten”, legt Christian uit. “Buiten dat”, voegt Esther toe, “krijg je er een strak lijf van, een goede conditie en is het heel gezellig. Boven wacht ons een fantastisch uitzicht over de stad Innsbruck met zijn duizenden lichtjes, een warme hut en een etentje met onze vrienden. En als kers op de taart de pret om met elkaar in het donker terug te skiën natuurlijk.”

Gezellige Tiroolse avond

 

Als we het bergrestaurant binnenkomen, zijn al heel wat stoelen bezet. Het is een gezellige drukte met tafels vol eten, drinken, mutsen en wanten. De keuken serveert louter eenvoudige traditionele gerechten, gemakkelijk te serveren zodat iedereen snel bediend kan worden. Rond een uurtje of half tien beginnen de skiërs zich op te maken voor de tocht in het donker. Buiten, tussen de hoge bomen, is het pikkedonker. De hoofdlampjes gaan aan, helmen worden opgezet en plakvellen van de ski’s gehaald. Een voor een verdwijnt iedereen, inclusief enthousiast blaffende honden, in het donker.

Na een uurtje zwoegen heb je een schitterend uitzicht op de stad.

Na een uurtje zwoegen heb je een schitterend uitzicht op de stad.

Georganiseerde tourski-avonden

De negen skigebieden rond Innsbruck organiseren allemaal hun eigen tourski-avond. De snowcats wachten met het prepareren van de piste tot elke skiër weer netjes beneden is. Wie buiten de georganiseerde avonden met de ski’s de berg op gaat en naar beneden skiet, riskeert een fikse boete en, veel erger, een levensgevaarlijk ongeluk. De pistebully die ’s avonds de berg op gaat en zorgt dat de skiërs de volgende dag weer kunnen genieten van een gladgeschoren wit tapijtje, werkt namelijk gezekerd aan een lier. Dit om te zorgen dat de machines niet achterover vallen. Skiet iemand in het donker tegen de lier, dan zijn de gevolgen niet te overzien.

Skigebied Kühtai

 

De volgende dag verkennen we skigebied Kühtai, met zijn 2020 meter Oostenrijks hoogst gelegen wintersportdorp. Vanuit het hotel lopen we, compleet met ski’s op de nek en skischoenen aan, dwars door het centrum over de bekende winkelstraat de Maria-Theresien Strasse. Een rare gewaarwording! Op weg naar de gratis skibus kom je van alles tegen; zakenmensen, shoppers, mountainbikers, zwervers en wintersporters. Na een prachtige bustocht komen we in Kühtai aan en brengt de skilift ons naar het hoogstgelegen punt, 2520 meter. In het bergrestaurant raken we aan de praat met Mary Ann en Sue. Deze moeder en dochter uit Bermuda (hoe groot is de kans dat je iemand uit Bermuda tegenkomt, laat staan boven op een Alpentop!) hebben Innsbruck uitgekozen als ontmoetingsplek voor een weekje wintersport. Dochter Sue studeert namelijk voor een paar maanden in Boedapest.
De twee raken niet uitgepraat over de hoofdstad van Tirol en zijn ‘totally in love’ met de oude stad en de skigebieden. Mary Ann: “De huisbergen van Innsbruck, de Nordkette en Patscherkofel, hebben we al ‘gedaan’. De resterende vakantiedagen zijn we van plan ook de andere skigebieden te bekijken.” En dan, een beetje jaloers: “Wat hebben jullie toch een geluk met dit gebied in jullie achtertuin.” Tja, zo hebben we het nog niet bekeken, maar ze heeft gelijk; zo eet je thuis nog een bammetje met kaas, zo sta je op de latten in een van de skigebieden van de hoofdstad van de Alpen. Wat een feestje! Wat een geluk zo’n gebied in de je achtertuin…

We besluiten een dagje te gaan skiën in Kühtai.

We besluiten een dagje te gaan skiën in het prachtige skigebied van Kühtai.

9 Skigebieden

Nordkette
Deze huisberg van Innsbruck is dé plek voor freeriders. Als je deze off-piste afdaling hebt gemaakt, dan kom je ergens mee thuis. Zodra er genoeg sneeuw is gevallen, zie je jonge snowboarders en skiërs zich naar de Nordkettenbahn haasten om deze afdaling te maken. De laatste dag van het seizoen is het op deze berg ‘Fiegeln’-tijd. De sneeuw is zacht, de temperatuur hoog. Met ski’s van hooguit een meter (vaak oude afgezaagde ski’s) knallen ze de berg af. De piste is daarna geruïneerd, de zomer kan beginnen.
Patscherkofel
Tegenover de Nordkette ligt de Patscherkofel, ook de huisberg van Innsbruck. Hier vond in ’64 en ’76 de herenafdaling van de Olympische Winterspelen plaats. Vanuit het dal is deze berg makkelijk te bereiken met de Olympia Express. Vanaf het zonneplateau van Patsch op 1900 meter heb je een fantastisch uitzicht over het Inntal en Stubaital.
Mutteralm
Een skigebied waar vooral gezinnen een dagje komen skiën. Vanuit de dorpen Mutters of Götzens gaan hier liften omhoog.
Axamer Lizum
Ook op deze berg vonden Olympische Winterspelen plaats. De berg is erg geliefd om zijn off-piste mogelijkheden. De olympische trein brengt 12.000 mensen per uur bergopwaarts, dus wachttijden zijn er nauwelijks. Tip: lunch in Panoramarestaurant Hoadl Haus op 2340 meter. Dit restaurant heeft een van de grootste overdekte terrassen van de Alpen.
Rangger Köpfl
Skiberg Rangger Köpfl ligt op twaalf kilometer van Innsbruck en is vooral gevuld met families met kinderen. De berg heeft een verlichte rodelbaan.Voor skiërs die eens wat anders willen.
Kühtai
Hoog, hoger, hoogst. Kühtai is het hoogstgelegen skigebied van Oostenrijk. Op deze reus van een berg kan vanaf begin december tot ver in het voorjaar geskied worden. Absolute sneeuwgarantie en prachtige pistes maken Kühtai een ideale winterbestemming.
Glungezer
Midden in de natuur, op twaalf kilometer afstand van Innsbruck, ligt het gebied Glungezer. Hier vind je een van de langste skiafdalingen van Tirol, veertig kilometer loipen voor langlaufers en schitterende wandelpaden.
Schlick 2000
Schlick 2000 staat voor hip. Hier, in het Stubaital, kun je niet alleen skiën en boarden, maar ook rodelen, langlaufen en paragliden. Schlick 2000 staat vooral bekend om zijn wedstrijdsnowpark.
Stubaier Gletscher
Dit grootste skigebied van Oostenrijk (3210 meter hoog) heeft heel wat prijzen op zijn naam staan. Het skiseizoen begint hier meestal al vanaf half september. Stubaier Gletscher heeft 110 km piste, een funpark, wedstrijdparcours, ijsklimwand en langlaufloipen.

Skipas

Het skigebied van Innsbruck heet Olympia SkiWorld Innsbruck. De Olympia SkiWorld pas geldt in alle negen skigebieden, goed voor 300 km piste. De prijzen komen
overeen met skipassen in ander gebieden.
Kijk voor meer info op www.innsbruck.info.

Eten
Lichtblick: restaurant op de vijfde etage van de Rathaus-galerie. Fantastisch uitzicht en dito eten.
Lucy Wang: hip restaurant met de heerlijkste sushi.
Wilderin: restaurant met veel vleesgerechten waarbij wordt verteld waar de dieren hebben geleefd.
Drinken
Moustache: gezellige bar in het historische centrum
Open Air Cloud 9: elke vrijdagavond feest op de piste van de Nordkette.
Buiten en in de iglo kan gedanst worden.
360 graden: bar bij
restaurant Lichtblick met fantastisch uitzicht.
Slapen
Hotel Nala. Nieuw hotel in Innsbruck.
Modern ingericht,
elke kamer anders.
Hotel Adler. Modern hotel met restaurant op de twaalfde verdieping. Geweldig uitzicht.
Hotel Weisses Rössl. Klein authentiek hotelletje in het historische centrum.

Top of Tyrol, Stubaier Gletscher

Top of Tyrol, Stubaier Gletscher.

Caroline Vlietstra

Caroline woont in het platste land van Europa – zelfs onder de zeespiegel – maar deze Nederlandse is eigenlijk een geboren berggeit. Ze is verliefd op Oostenrijk, met name Tirol, en is hier dan ook zoveel mogelijk te vinden; zomer en winter. Man en zoon sleept deze Heidi mee de bergen in om zelfs de zomervakantie op gletsjers door te brengen.

Over de auteur »

Geen reacties

Omhoog
omlaag