Op slopestyle-les met wereldkampioen Seppe Smits

Bijgewerkt op 14.02.2018GastbloggerGastblogger

Neen, in België hebben ze geen bergen die naam waardig. Maar wél een wereldkampioen slopestyle: Seppe Smits (26). De Belgische snowboarder bereidt jaarlijks z’n seizoen voor in Tirol. Wij brachten hem een bezoekje in Stubai, niet voor het zoveelste saaie interview, maar wel om te vóélen wat zo’n topsnowboarder ervaart. Slopestyle-les van de wereldkampioen himself, dus.

Ik tref Seppe Smits in Stubai, een gletsjer met funpark waar een heleboel prosnowboarders in november al aan hun winterseizoen beginnen. De Westmallenaar is niet alleen tweevoudig wereldkampioen slopestyle, hij staat ook nog eens bovenaan de wereldranglijst en is behoudens blessures zeker van zijn plek op de Spelen in Pyeongchang. Smits doet daar zowel mee aan de big air als de slopestylecompetitie. Hier in Stubai zijn de condities alvast top, zo meldt hij me als ik hem ontmoet aan de Schaufeljoch-gondel: “er is zon, goeie sneeuw en het park ligt er super bij.”

©Carlos Blanchard, @primeparksessions

Les 1: wat is slopestyle?

Aangezien de meesten nu eenmaal meer afweten van buitenspel dan van snowboarden, nog eerst dit: slopestyle is een parcours van jumps (‘kickers’) en obstakels (‘rails’) waarop de atleten zo moeilijk mogelijke tricks uitvoeren voor een jury. Ga op skivakantie eens kijken in het funpark en u snapt meteen wat ik bedoel. Dan begrijpt u ook ineens waarom ik – een gemiddelde snowboarder – het héél warm krijg als ik die pro’s hier in Stubai bezig zie. Wat rijden ze hard op die gigantische kickers af! Alsof ze rechtdoor gaan op een zwarte piste en onderweg nog eventjes over een gebouw van een paar verdiepingen springen.

Ik ben blij als Seppe naar de beginnerszone wijst. Alwaar een jongetje van een jaar of zes vrolijk over een rail heen gaat. Hij herkent Seppe, zwaait, en lacht hem uit omdat ie met mij opgescheept zit. Leuke sfeer, hier in dat funpark.

Waarom board jij liever in het park dan op de piste?

“Snowboarden is hier eindeloos. In het park kan je altijd nieuwe dingen leren en je limieten blíjven verleggen. Sommige tricks kan je op tien verschillende manieren uitvoeren, met nog eens tien verschillende grabs (handgrepen, red.) erbij. Dat is oneindig.”

Wat maakt iemand een goede slopestyle boarder?

“In slopestyle is het belangrijk dat je je tricks consistent landt. Je moet ze op voorhand heel vaak gedaan hebben en zeker zijn dat je ze allemaal na elkaar kunt landen. Verder moet je ook fysiek perfect in orde zijn. Wat dat betreft is snowboarden een echte topsport geworden: wij gaan naar de fitness, doen aan conditietraining, cooling down… Ik train vooral mijn beenspieren, gezien de honderden landingen die ik op een dag maak. Ook mijn core is belangrijk, om zowel rotaties in te gooien als tegen te houden. En ook de rest van je lijf moet sterk zijn, kwestie dat alles in elkaar blijft steken als je een keer valt.”

 

Les 2: de box

Smits stelt voor om met het gemakkelijkste te beginnen: de box, oftewel een brede rail voor beginners (en zwaaiende kinderen van zes jaar oud). “Ik ga je zeggen van hoe ver je moet vertrekken. Dan zet je je board recht en ga je er rechtdoor over. Zet geen druk op de kanten van je plank, want dan val je hard op je knieën.” Of dit überhaupt wel verstandig is? “Ik heb het mijn vriendin zo aangeleerd, dus dan moet het jou ook lukken.” En inderdaad, recht over de box gaan blijkt best doenbaar. What’s next? “De boardslide.” Oftewel al glijdend op de box je board dwars zetten. Mmm, dat is al wat anders. Er komt amper beweging in mijn plank. Maar jawel, na een poging of drie is de coach content: “Perfect, zo moest het!”

Ik heb al moeite om één arm en één been tegelijk in beweging te zetten. Hoe krijg jij drie salto’s na elkaar gegooid?

“Door alles te visualiseren. Vóór je een trick doet, moet je je inbeelden hoe die er gaat uitzien en wat jij zal zien in de lucht. Ik kijk altijd heel gefocust naar de afzet, en dan kan ik me inbeelden wat ik ga zien en voelen. Hoe meer je het doet, hoe meer alles een automatisme wordt.”

Hoe doe je dat met een nieuwe trick? Iets nieuws kan je je toch niet inbeelden?

“Sommige tricks lijken fel op andere, en vaak komen dezelfde elementen terug. Je moet enkel nog die elementen juist aan elkaar linken. Als je al een dubbele salto gedaan hebt, dan weet je ook hoe een driedubbele gaat aanvoelen. Dat is gewoon nog één extra erbij, maar je moet je wel kunnen inbeelden dat je er na die tweede nog eentje bij doet.”

Ben jij op zo’n moment bang?

“Niet echt, ik schakel dan over op adrenaline. De eerste keer dat ik een triple cork gooide – drie keer overkop en vier volledige rotaties – was trouwens meteen tijdens een wedstrijd. Het publiek was superenthousiast, ik kreeg keiveel adrenaline, en dan heb ik em gewoon gegooid.” Zo simpel kan het zijn, dus.

©Carlos Blanchard, @primeparksessions

 

Les 3: de kicker

Tijd voor de kicker nu. Alleen: er is geen beginnersexemplaar. Dan maar over naar eentje waarbij ik meteen vijf meter (!) ver moet jumpen om überhaupt in de landingszone te eindigen. Echt steil of hoog is dit ding niet. Maar die vijf meter? Daar moet ik toch eens van slikken. En ook mijn coach fronst z’n wenkbrauwen. “Ik ga eerst een speedcheck doen om te kijken vanaf welk punt je genoeg aanloopsnelheid hebt om er hálf over te raken. Dan bouwen we op tot je er helemáál over raakt.” Smits dropt me op een meter of tien voor de jump. Nu is het enkel nog een kwestie van durf. Ga ik blijven staan terwijl een wereldkampioen me daar beneden staat aan te moedigen? Nee. Go! Ik kom amper van de grond, maar jawel, ik overbrug al meteen een meter of drie. Ik neem mijn aanloop steeds verder, spring hoger en hoger (is een halve meter ‘hoog’?) en heb na poging vijf nipt de landing in zicht. “Nu nog je benen intrekken en je bent er.” Start-to-jump: check.

©Carlos Blanchard, @primeparksessions

Ik hang een fractie van een seconde in de lucht, jij secóndenlang. Loopt dat ooit mis?

“Jazeker, al heb ik nog nooit echt zware blessures gehad. Je leert ook om noodsituaties bij te sturen ín de lucht. Vorig jaar op het WK was ik met mijn gezicht eerst aan het vallen en heb ik op het laatste moment beslist om me te draaien, zodat ik plat op mijn rug viel. Ook niet aangenaam, maar wel beter dan plat op mijn gezicht.” :)

Je werkt al tien jaar samen met een Franse trainer, die jou zowel fysiek, mentaal als technisch begeleidt. Kán dat allemaal in één persoon?

“Ja. Maar sportspecifiek leren wij boarders vooral van elkaar. Mijn coach gaat me niet gauw zeggen dat ik mijn hand zus of zo moet houden. De sport evolueert zo snel dat het voor coaches moeilijk is om te volgen. Ze weten technisch gezien wel hoe alles moet, maar snowboarden doe je vooral op jezelf. Niemand doet een trick op dezelfde manier. Als je tien mensen in dezelfde outfit eenzelfde trick laat doen, kan ik je zo zeggen wie wie is, gewoon door de manier waarop ze die trick doen. Er is niet één juiste manier om een trick te doen.”

Dus als jij een concurrent een trick ziet doen die je zelf ook wilt landen, vraag je hem gewoon om hulp?

“Dat gebeurt, ja. We leren allemaal van elkaar. We hélpen elkaar zelfs, met plezier. Het voelt normaal om elkaar te helpen in deze sport. Het draait niet allemaal om resultaten, maar ook om plezier en je grenzen verleggen.”

 

Les 4: mijn minislopestyle

Tijd nu om de boardslide en jump aan elkaar te plakken en mijn eigen minislopestyle te rijden. Maar na dat half uurtje oefenen voel ik mijn bovenbenen al aardig branden. En door de ijle lucht ben ik behoorlijk buiten adem. “Waarom denk je dat wij aan conditietraining doen?” lacht mijn coach. In elk geval: de vermoeidheid haalt alle focus weg. Mijn minislopestyle is de naam niet waardig.

©Carlos Blanchard, @primeparksessions

Weet jij nu al hoe de olympische slopestyle run eruitziet?

“Op papier wel, maar we weten niet hoe steil de jumps precies zullen zijn. Hier in Stubai bijvoorbeeld lag de jump de eerste twee dagen niet goed. De afzet bleek te steil en er was te veel impact in de landing. Op vraag van de atleten hebben ze twee graden uit de afzet gehaald, een wéreld van verschil. Die sensaties die wij hebben op een snowboard zijn echt niet min.”

De kans is reëel dat jullie met drie Belgen naar de Spelen gaan. Hoe uitzonderlijk is dat?

“Sebbe De Buck en ik zijn vrij zeker, ja. Stef Vandeweyer zal nog resultaten moeten halen om zeker te zijn van zijn selectie. België heeft geen bergen, maar we zijn wél een wintersportland. En als ik moet kiezen tussen mijn gouden medaille op het WK en mijn eerste plaats op de WB-manche in Saiser Alm (waar De Buck derde werd, red.), dan ligt dat gelijk, gewoon omdat we met twee Belgen op het podium stonden. Met je maat op het podium staan is heel speciaal. Als we zoiets kunnen doen op de Spelen, zou dat wel tof zijn.” :)

 

“Wat rijden ze hard op die gigantische kickers af! Alsof ze rechtdoor gaan op een zwarte piste en onderweg nog eventjes
over een gebouw van een paar verdiepingen springen” (Julie)

“Als je al een dubbele salto gedaan hebt, dan weet je ook hoe een driedubbele gaat aanvoelen.
Dat is gewoon nog één extra erbij” (Seppe)

 

Zijn drie belangrijkste slopestyletips

  1. Laat op de afzet je board plat staan, of leun lichtjes op je tenen. Niet op de hielen!
  2. Visualiseer je trick op voorhand. Probeer je in te beelden hoe het zal voelen.
  3. Bouw je aanloopsnelheid en tricks langzaamaan op.

 

Over Julia Valle

Julie is een echte ‘lover of life’. Ze werkt als journaliste, is yogadocent en houdt van snowboarden, wakeboarden, fietsen en supyoga – allemaal activiteiten die in Tirol veel leuker zijn dan in thuisland België. Heeft op reis altijd water, sneeuw of natuur nodig. De bergen zijn haar favoriete fitnesszaal. Droomt ervan te verhuizen naar Innsbruck.

Gastblogger

Deze blog is door een gastauteur geschreven. Meer informatie over de auteur lees je in de blog.

Over de auteur »

Geen reacties

Omhoog
nach unten