Interview met de Nederlandse wielrenster Anna van der Breggen

Bijgewerkt op 29.09.2018EvelynEvelyn
Bij Innsbruck op de koffie met Olympisch en Europees kampioen Anna van der Breggen

De Nederlandse Anna van der Breggen, vice-wereldkampioen bij de tijdrit en Olympisch kampioen op de weg, testte tijdens een hoogtestage in Kühtai de WK-ritten rond Innsbruck. Haar oordeel: het wordt zwaar, maar de wedstrijden in Tirol liggen haar.

Interview: Barbara Plattner, Tekst: Simon Leitner, Foto: Klaus Kranebitter, Vertaling: Evelyn Laureyns

Anna, we zitten hier in Restaurant Seegrube, aan het gelijknamige bergstation Seegrube van de Nordkettenbahnen in Innsbruck, op 1.900 meter boven zeeniveau en zien van hieruit een paar WK-ritten daar in het dal en op de Tirolse bergflanken. We herkennen de Bergiselschans en andere topattracties in Innsbruck, waarlangs de wielrenners in september zullen fietsen. Wat was jouw eerste indruk over de ritten in Tirol tijdens je hoogtestage hier? Anna van der Breggen: Oh, dat is een gemakkelijke vraag: het is hier zeer steil. (lacht) In andere landen vind je zeker meer klims, maar hier in Tirol hebben de etappes wel een erg groot stijgingspercentage. Het is met zekerheid een voordeel, als je goede benen hebt. Je kunt je opperbest voorbereiden op koersen in de bergen, maar als je je niet fit voelt, dan is het wel echt hard hier te fietsen.

Heb je het gevoel, dat de ritten van het nakende UCI WK Wielrennen in september jou liggen? Ja, ik ben een goeie klimster en de rit omvat vele stijgingen. Het wordt zeker heel erg zwaar, maar eigenlijk moeten die wedstrijden hier helemaal mijn ding zijn.

Je pakte goud op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, vorig jaar won je twee zilveren medailles bij het WK in Bergen. Eigenlijk ontbreekt enkel nog de regenboogtrui, niet? Wat is je strategie voor september? September is nog steeds veraf. (lacht) De ritten bevallen me zeer, maar wereldkampioenschappen zijn elk jaar opnieuw iets bijzonder en telkens weer moeilijk op hun manier. Vele sportsters maken wereldkampioenschappen tot hun grote doel en zetten er hun volle focus op. Bovendien zijn het ook een bijzonder wedstrijden omdat je niet fietst met jouw team, maar voor jouw land. Daardoor heb je vaak teamcollega’s, die niet tot jouw team tellen, en dat maakt alles wel heel anders. Ik weet, dat het heel pittig wordt, om te winnen en dus Wereldkampioene te worden. Maar ik ga mijn uiterste best doen en hopen, dat dat volstaat. De voorbije jaren, was dat niet voldoende en werd ik vaak tweede.

Van welk soort ritten hou je het meest – heuvelachtig of vlak? Ik geef de voorkeur aan heuvelachtige etappes, de moeilijker wedstrijden dus. Ik hou niet zo van wachten, zoals bij vlakke ritten. Natuurlijk, lig je met een groepje op kop, moet je natuurlijk met je team wat dingen uitproberen en draait veel om tactiek. Maar ik hou meer van wedstrijden waar het naar het einde toe nog eens spannend wordt – als iedereen helemaal op is en dan toch nog een zware klim komt. Ik hou van afwisseling en verschillende disciplines. Daardoor kan ik mezelf verschillende doelstellingen zetten tijdens het seizoen en daardoor blijf ik wederom zeer gemotiveerd.

Van oudsher is wielrennen vooral een mannensport. Heb je de indruk dat zich daar iets verandert? Ja, een beetje. Er worden steeds meer wedstrijden voor vrouwen georganiseerd maar er bestaat nog steeds een hele kloof tussen mannen en vrouwen. Zo zijn bijvoorbeeld de teams heel verschillend: er zijn maar weinig vrouwen die wielrennen, waardoor het rennersveld klein is. Bovendien strijden bij vrouwenwielrennen niet alleen professionele wielrensters mee om de titel, waardoor het niveau natuurlijk varieert. Bij de mannen mogen enkel beroepswielrenners aan de start. Ik denk, dat we nog meer vrouwen op de fiets moeten krijgen. We moeten de sport nog populairder maken en tonen, dat wielrennen ook iets voor vrouwen is.

Zet je ook andere vrouwen aan om te wielrennen? Ik hoop, dat wij, wielrensters, dat inderdaad doen door aan wedstrijden deel te nemen. Het verheugt me, dat steeds meer wedstrijden op televisie te bekijken zijn en in steeds meer landen op de buis komen. Als toekijksters onze races zien, krijgen ze misschien zin om het ook zelf eens uit te proberen.

Geloof je dat een groter aandeel vrouwenwielrennen op de buis ertoe kan bijdragen, dat vrouwen meer voor een fietscarrière kiezen? Ja, ik denk zelfs, dat dat het belangrijkste is, want daarvan hangt zoveel af. Natuurlijk heb je ook nood aan een handvol sponsors, zodat je grote teams kunt vormen en dus ook meer vrouwen aan kunt trekken. Maar het grote geld komt uit de livestreams, want hoe meer livestreams op televisie, hoe interessanter sponsors een bepaalde sporttak vinden en dus gaan investeren.

Wat maakt een wielrenster tot een succesvolle wielrenster? Is het kracht, uithoudingsvermogen, de mindset, de tactiek? Ik denk, dat er tussen de top 10 wielerdames, maar weinig verschillen zijn. Natuurlijk zijn er verschillen in de voorbereiding en ook hoe je de wedstrijd inschat, maar uiteindelijk hebben we allemaal een grote passie voor het wielrennen en trainen we veel. Ik denk, dat het er vooral om draait, de beste te willen zijn. Natuurlijk moet je vertrouwen hebben in jouw kracht, want als je daaraan niet gelooft, kun je ook geen wedstrijd winnen. Belangrijk is dus de juiste spirit – en op de dag van de wedstrijd natuurlijk goeie benen te hebben. (lacht)

Je hebt een opleiding verpleegkundige gevolg, juist? Het was dus niet steeds je doel wielrenster te worden? Eigenlijk heb ik daar nooit over nagedacht. Ik heb drie broers en een zus en onze ouders wilden, dat we allemaal een opleiding volgden. Omdat ik dat de normaalste zaak ter wereld vond op die leeftijd, dat ik een diploma zou gaan halen, koos ik voor een HBO opleiding verpleegkunde. Ik begon ze, absolveerde ze en toen kwam de vraag: “En wat nu?”Toen had ik de mogelijkheid wielrenster te worden en ik dacht: “Waarom niet?”Ik heb er niet meteen aan gedacht professionele wielrenster te worden. Ik wist zelfs niet, dat dat mogelijk was.

Hoe stond je familie tegenover wielrennen? Mijn broer en mijn vader houden enorm van fietsen en alles errond. Elke weekend zaten we vroeger op de fiets. Op dinsdag en donderdag ging ik dan ook nog eens trainen. Elk kind hoort toch te sporten – en voor mij was dat dus fietsen. Mijn mama houdt niet zo van fietsen, ook niet van sport in het algemeen.

In principe ben je dus eerder laat met professioneel sporten begonnen? Ik ben er eigenlijk heel vroeg mee begonnen, maar … maar ik had niet meteen het doel Olympisch kampioen te worden. (lacht) Nee, daaraan heb ik nooit gedacht.

Hartelijk dank voor dit interview.

Over Anna:

Anna van der Breggen werd op 18 april 1990 in Zwolle, Nederland, geboren. Op 7-jarige leeftijd begon ze met wielrennen. Sinds 2012 is ze professionele wielrenster. Momenteel rijdt ze bij Team Boels-Dolmans Pro Cycling. Van der Breggen won in 2016 goud in de olympische wegwedstrijd in Rio de Janeiro, in 2017 won ze zilver bij de tijdsrit op het WK in Bergen en bovendien won ze tweemaal (2015 & 2017) de Giro d’Italia Femminile, ook Giro Donne of Giro Rosa genoemd.

 

 

Evelyn

In 2008 ruilde Evelyn Laureyns België in voor Oostenrijk – wat de liefde al niet doet met een mens – en wil nu niet meer weg uit het land van Sisi en Frans-Jozef. Ze reist als journaliste van Vorarlberg langs Tirol naar Stiermarken. Het meest in haar nopjes voelt ze zich in, op, boven, tussen de Tirolse bergen.

Over de auteur »

Geen reacties

Omhoog
omlaag