Herder zijn in je vrije tijd

Bijgewerkt op 02.09.2019Sebastian HöhnSebastian Höhn
Auszeit auf der Hochalm

Vuur, water, vee en hout. Sarah Kofler en Janis Pönisch hebben niet veel nodig als ze samen met hun kinderen in de zomer op de alm twee maanden ontsnappen aan het dagelijks leven van de grote stad. Op een hooggelegen alpenweide in het Nationaal Park Hohe Tauern houden ze 34 koeien en leven bijna net zoals men 150 jaar geleden deed.

Geamuseerd ziet Quirin hoe een koe met zijn ruwe tong zijn scheenbeen likt. Hij zit op een houten hek, een herdersstaf in zijn hand en een verrekijker om zijn nek. De zesjarige kijkt afwisselend naar links, naar de koe die zijn zoute huid blijft likken, en naar rechts, naar zijn vader die achter het hek worstelt met een lasso, een jonge stier en een koebel. De rotsachtige toppen van de Schobergruppe toornen hoog boven hen uit.

Een zomer op de alm in Osttirol.

Vader Janis moet voorzichtig zijn met de jonge, niet-gecastreerde stier. De truc is om de horens van het dier in de gaten te houden. De 38-jarige heeft een aantal pogingen nodig voor hij de stier gevangen heeft, want die lijkt niet veel zin te hebben in een bel om zijn nek. Voor een stadsbewoner gaat de omgang met het vee hem goed af.

Janis is erg goed in de omgang met dieren.

Vroeg geleerd, oud gedaan: Janis zijn zoon Quirin doet ervaring op als herder.

Janis Pönisch en zijn vrouw Sarah Kofler wonen met hun twee kinderen in München. Sarah is een verpleegster, bewegingspedagoog en yogalerares, Janis is interieurontwerper en werkt als gitaarbouwer en designer. Eens per jaar nemen ze echter een pauze in een compleet andere wereld: hier, op de 2.000 meter hoge Trelebitschalm in het Debanttal, leiden ze het eenvoudige herdersleven gedurende twee maanden, van de ‘Almauftrieb’ tot de ‘Almabtrieb’. In een oude kleine berghut van ongeveer 16 vierkante meter, zonder internet, zonder mobiel, zonder elektriciteit, zonder televisie. Midden in het nationale park Hohe Tauern.

Janis en Sarah.

Sarah staat officieel als herderin ingeschreven.

Janis is in het dagelijks leven interieurontwerper.

“Ik deed mijn burgerdienst op een kinderboerderij”, zegt Janis. Daar heeft hij ervaring met dieren opgedaan. Zes jaar geleden bracht hij de beesten voor het eerst naar de wei op de alm. Zijn vrouw Sarah hielp hem. “Ze heeft de genen van een boerin”, zegt hij. Sarah groeide op in Stronach op een bergboerderij, gelegen op slechts enkele kilometers afstand van de berghut.

„Ik ben hier vaak als kind geweest“

Een snelle blik op de jonge stier, die zich bij de kudde aansluit met een bel om zijn nek, en dan gaan Janis en Quirin een steil, smal pad af naar de hut, langs een waterval en wat bomen die hier niet veel groter worden dan een kerstboom. In de kleine tweekamer hut ontvangt Sarah de mannen met een grote smeedijzeren pan Kaiserschmarrn besprenkeld met poedersuiker en bosbessen uit het bos. De kleine Nino, slechts 15 maanden oud, en Gustav, een buurjongen uit München die een paar weken blijft logeren, hebben hun vork al in hun hand.

De hele familie geniet van de zelfgemaakte Kaiserschmarrn.

Gustav en Quirin met blauwe tongen van de blauwe bessen.

“Ik kwam hier vaak als kind”, zegt Sarah. Terwijl ze een hap neemt van de zoete lunch herinnert ze zich Fünf, de oude herder die 47 jaar lang in de hut woonde. Een arme man, die alleen kaarsen had en nergens naar verlangde. De hut is vandaag de dag ingericht met alleen de meest belangrijke meubels: een houtkachel om te koken en te verwarmen, een zithoek, twee bedden en potten en pannen aan de muur.

De almhut is slechts 16 vierkante meter.

„Het leven op de alm is het echte leven voor ons.“

De familie neemt twee maanden lang een time-out.

Op een gegeven moment, toen Quirin nog een baby was, hoorden Sarah en Janis dat de herder niet meer kon staan, hij had knieproblemen. Ze zochten hem op en stelden voor dat zij hem zouden opvolgen. Hij stemde in. “Het is heel moeilijk om herders te vinden. Daarom was hij blij dat wij het van hem over wilden nemen”, zegt Janis. Voor de alpine landbouw ontvangt de agrarische gemeenschap, die de berghut bezit, subsidies. Een zogenaamde ‘Alpungs-‘ en ‘Behirtungsprämie’. Zo betalen ze € 2.500,- aan Sarah, die officieel is geregistreerd als herderin, en Janis voor het hoeden van de 34 koeien, kalveren, ossen en jonge stieren. De twee hoeven niet te melken, want op hun hooggelegen alpenweide staan alleen oude en zwangere koeien, die hun kalveren pas baren na de veetocht terug naar het dal. Het is niet veel geld voor twee maanden werk, maar dat maakt de twee niet uit. “De tijd die we op de weide doorbrengen, is voor ons het echte leven”, zegt Sarah. En dat is onbetaalbaar.

De Trelebitsch Alm ligt op 1.963 meter hoogte.

Terwijl Janis knopen met Quirin oefent – zeilknopen kunnen ook van pas komen bij de berghut – vertelt hij dat ze ooit hun vakantie in Kroatië of Marokko hebben doorgebracht. Maar hier, letterlijk bevrijd van de beschaving, hebben ze de eenvoud van het leven ontdekt. “We genieten ervan dat er niets piept, er is geen elektriciteit en er zijn geen klokken die tikken”, zegt Janis. Dit helpt om te focussen op het innerlijke ritme en het daglicht als richtlijn aan te houden, voegt Sarah toe, die bewust geen smartphone gebruikt. “We gaan naar bed als we moe zijn en staan op als we wakker worden.”

Quirin en Janis oefenen zeilknopen.

Nino groeit op met het leven op de alm.

Sarah zegt dat ze van alles geniet wat ze hier doet: koken, bessen verzamelen, voor de koeien zorgen, zelfs van het afwassen in de beek. Voor Janis is werken met hout pure ontspanning. De wandelaars, die soms langskomen, bewonderen zijn werk dat zich met de tijd verzameld heeft rondom de hut: een elegant gebogen krukje, een potje voor de kleine Nino, uit hout gesneden auto’s voor Quirin, een badkuip voor Sarah en lepels voor de gasten.

Regelmatig wordt het gezin bezocht door de ouders en broers en zussen van Sarah, die groenten en fruit uit de tuin naar het dal brengen en de 300 hoogtemeters van de parkeerplaats in het Debanttal naar de alm overbruggen. Voor de twee herders is dit erg fijn, want behalve kruiden, groeit er niet veel op 2.000 meter hoogte en de twee willen zo veel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Sarah is een expert hierin. Ze kookt, kent veel kruiden, bakt brood en maakt ravioli. Zelfs reinigingsproducten en tandpasta maakt ze zelf – van puur natuurlijke ingrediënten zoals zuiveringszout, mineraalaarde en actieve kool.

Naast koeien, zijn er ook kippen op de alm.

Sarah’s zelfgemaakte kruidentuin.

De bron dient als koelkast.

Deze twee zomermaanden is de basis van hun leven, zeggen Sarah en Janis. En toch keren ze steeds weer terug naar München. Ze willen het leven daar niet missen. Maar ze proberen zoveel mogelijk van de rustige sfeer van de alm te behouden in de drukte van de stad. Vooral de rust en het natuurlijke ritme, dat zo voor hen zo gewoon is op de bergweide.

Wanneer ze begin september teruggaan naar hun dagelijks leven in München, is de omslag naar het dagelijks leven lastig, zegt Sarah. De voorpret voor de volgende zomer begint alweer vroeg te borrelen. Heel vroeg. In januari al.

Sebastian HöhnOver de auteur »

Geen reacties

Omhoog
omlaag