Leren over vroeger in Tirol

Bijgewerkt op 11.03.2020AlexanderAlexander
Horst Fankhauser

Vroeger was niet alles beter, maar veel was wel anders. Vooral op de berg. Er werd niet zo veel gesproken over duurzaamheid als tegenwoordig, maar het werd wel nageleefd. Soms bewust, soms onbewust of gewoon omdat er niets anders was dan natuurlijke materialen voor kleding, uitrusting en verpakkingen. Wat kunnen we leren van toen? Een zoektocht naar sporen van de kleine voetafdrukken in de bergen met een berggids die meer dan een halve eeuw ervaring heeft.

„Zo gaat het daar boven op de berg.“

Kniebroek, kniekousen, leren laarzen, flanellen hemden: Horst Fankhauser ligt in het gras, naast hem een ​​touw gemaakt van hennep. De foto had uit een sportcatalogus kunnen komen met de ondertiteling “Vintage Trend”, maar de foto werd in het begin van de jaren zestig genomen. Toen hij negen was, maakte hij zijn eerste bergtocht met zijn vader. Hierna zouden er nog veel volgen; reizen en beklimmingen in de Himalaya, in de Andes, in tal van andere berggebieden in de wereld – en natuurlijk thuis in Tirol.

Horst Fankhauser vandaag de dag…

…en vroeger.

Wij zijn in de materiaalruimte van de 75-jarige berggids, de nog steeds actieve klimmer uit Neustift in Stubaital. Te midden van kleurrijke aluminium karabijnhaken, cruciale hulpmiddelen van de nieuwste generatie, haalt Fankhauser een paar dinosaurussen te voorschijn. Grote, zware karabijnhaken van ijzer, zonder schroef of schuifvergrendeling en met een eenvoudig vouwmechanisme. “Toen de aluminium halve mastworp karabijnhaken op de markt kwamen, dit zijn haken met een brede, peervormige voorkant, zijn we allemaal meteen overgestapt,” zegt hij. Zo’n verandering, de aanschaf van nieuwe hulpmiddelen, was een echte specialiteit van Fankhauser. “Wij gebruikten alles zolang het nog goed werkte. Het werd pas weggegooid als er iets echt kapot was of als er iets revolutionair nieuws op de markt kwam.” Naast de aluminium karabijnhaken waren dit vooral de synthetische touwen, die de zware, meestal 12 millimeter dikke en, als ze bevroren waren, stijve touwen van hennep vervingen. “En de 12-punts stijgijzers,” lacht Fankhauser en laat zien wat de voorgangers waren. Een van massief ijzer gesmeden variant van de stijgijzers. Een speciale productie met een lederen sluiting in plaats van de bindingen met riemen die in die tijd gebruikelijk was. Fankhauser heeft het nieuwe type bindingen zelf bedacht en heeft deze voor zijn beklimming van de Manaslu (8.156m) in 1972 samen met de Stubaier Werkzeugsindustrie ontwikkeld. Tegenwoordig gaat het er vaak niet om welke uitrusting zinvol is. Iedereen wil het nieuwste’, zegt Fankhauser. Ruim 30 jaar, tot 2004, exploiteerde hij een Alpenverenigingshut in het Stubaital. Een flink aantal wandelaars arriveerde op 2.147 meter met volledige alpenuitrusting. “Alsof ze nog 6.000 meter te gaan hadden.” Als Fankhauser over de uitrusting praat, is het vooral één ding: een pleidooi voor verstand en terughoudendheid.

Inspiratie voor verhalen

Een kijkje in het fotoarchief van Fankhauser toont een broek, hemd en trui van schapenwol, en door moeder gebreide wollen kousen. Zo ging je vroeger de bergen in. Lokale producten. “Om eerlijk te zijn: de knickerbocker was toen zelfs eigenlijk een modeverhaal”, zegt Fankhauser. Materialen zoals Gore-Tex en Hyvent-coatings, die enerzijds heel functioneel zijn, maar niet- of met veel moeite en energie kunnen worden gerecycled, bestonden nog niet. “De kleding was toen functioneel”, zegt Fankhauser. Bijna geen stof is beter ademend dan schapenwol. Het droogt veel sneller dan katoen en ruikt minder dan synthetisch materiaal. Als het te warm werd, duwde je de sokken gewoon naar je enkels. Aan je handen: vilten wollen wanten om ze te isoleren en soms met een tweede handschoen van zeilstof. En of je nu op een bospad, een puinhelling of een klimroute met de hoogste moeilijkheidsgraad bezig was, je droeg altijd dezelfde lederen schoenen.

Nee, Fankhauser is niet nostalgisch. De ontwikkeling van de uitrusting in de afgelopen decennia is zeer positief. Zou hij weer de berg op gaan met zijn oude schoenen, de ijzeren karabijnen of de zware pickel van ijzer en hout? “Ja, voor mijn plezier!”

Zo ging men vroeger de bergen in.

Gletsjerbrillen, kniebroeken, leren laarzen – de outfits van vroeger hebben nu een hoge stijlfactor.

Minder afval en carsharing 1.0

Enkele decennia begeleidde Fankhauser, die in 1966 berggids werd, de meest uiteenlopende groepen naar de top en weer terug. Welke ontwikkelingen ziet iemand die zoveel tijd heeft om de perceptie van mensen over de berg en de natuur te observeren? “Vooral veel goede dingen”, zegt Fankhauser. “Vroeger verzamelden we elke zomer verschillende keren het afval rond de hut. Tegenwoordig is dat nauwelijks meer nodig.” In al die jaren als hut-eigenaar heeft hij veel gezien. De meeste bezoekers gooiden hun afval op de juiste manier weg in de afvalcontainers die daarvoor waren bedoeld, maar dan hadden nog het werk en de kosten om het afval naar het dal te brengen en af te voeren. Dus hebben we de prullenbak verwijderd. ”Het resultaat?” Mensen produceerden minder afval en namen dit zelf weer terug naar het dal”, zegt Fankhauser.

Net zoals de klassieke wollen kleding al jaren geleden ten onrechte is vergeten, was de reis vroeger, vaak uit nood, duurzamer dan nu. Niet iedereen had een auto, dus planden ze hun reizen nauwkeuriger en carpoolden zo veel mogelijk. De groep bergbeklimmers begint tenslotte niet alleen op de berg. “We reisden ook vaak met de trein omdat het gemakkelijker was”, zegt Fankhauser. In plaats van dagtochten of korte weekendtrips werden langere tochten gepland en werd een goed vertrekpunt gezocht. “We verbleven vaak een week in een hut en starten onze wandelingen en rondleidingen daar. Toen keken we niet hoe morgen het weer in Italië is, en dan snel door te reizen.”

Kijkje in het indrukwekkend archief.

Worstbrood in krantenpapier – dubbele recycling

In plaats van powerbars en energiedranken had Fankhauser een kaas- of worstbrood bij zich tijdens zijn reizen. Natuurlijk zonder plastic. “We stopten het gewoon in papier. Krantenpapier, boterpapier, net wat je had. En toen je na een snack achter een steen verdween, kon je het papier meteen weer gebruiken”, lacht hij. “Dat was recyclen!”

De vraag of plastic, aluminium of glazen flessen de beste keuze zijn, is aan Frankhauser niet besteed. Water maakt geen deel uit van zijn bagage. Nooit. Bergbeekjes, sneeuw, gletsjermeren – wat je onderweg tegenkomt wordt gedronken. Als je mond te droog wordt en er niets te drinken is, zegt Fankhauser, is er een eenvoudige methode: zoek een steentje, stop het in je mond en zuig er op. “Dan vormt zich weer speeksel en is de mond niet langer droog.” Soms nam hij een fles mee naar de berg – in plaats van plastic gebruikte hij er een dunne aluminium fles met een vilten dop. Fankhauser laat een foto van de oude fles zien. Het was van zijn grootouders, alleen zat er zelden water in. In plaats daarvan gesuikerde rode wijn verdund met water.

Er is veel gebeurd met de catering op de berg, ook in de hutten. Fankhauser heeft hier gemengde gevoelens over. “Er hoeft niet een menu met dertig gerechten in iedere hut te zijn.” Een hut kan ook op een andere manier met de tijd meegaan. Fankhauser heeft een duidelijke mening: de landelijke introductie van speciale halfpensionaanbiedingen kan in de hutten veel tijd en energie besparen. Een vleesgerecht, een gerecht voor vegetariërs, minimaal wat snacks of een broodmaaltijd met vleeswaren en tafelwater zoals een ontbijtbuffet. Op deze manier heb je minder voorbereidingen, is de inkoop simpeler en is de afvalverwerking ook makkelijker. Ook ziet hij mogelijkheden voor het energieverbruik van de hutten. Waar het zinvol is, zou meer gebruik gemaakt kunnen worden van waterkracht in plaats van blokverwarming om de opwekking van elektriciteit uit koolzaadolie te besparen.

Materialen, techniek, mode – er is de laatste decennia veel veranderd. Echter, is er één ding hetzelfde gebleven: Horst Fankhauser gaat nog steeds graag naar de bergen. Voor berg- en skitochten, of om te klimmen. Nu met synthetisch touw en aluminium karabijnhaken. En hij neemt nog steeds geen water mee.

Fankhauser kijkt met plezier terug op vroeger.

5 Snelle tips waar we van vroeger kunnen leren

  • Ga niet met elke uitrusting- en outdoortrend mee. Koop nieuwe kleding en materiaal als dat nodig is, of iets nieuws wanneer dit de beklimming echt gemakkelijker maakt.
  • Gebruik natuurlijke materialen voor kleding van regionale wolproducten – minimaal voor de tussenlaag.
  • Niet iedereen hoeft met de auto te reizen – ga carpoolen of reis als het kan met de trein.
  • Natuurbehoud eindigt niet wanneer u uw eigen afval meeneemt. Zorg er ook voor dat u regionale gerechten in hutten bestelt.
  • Gebruik oud papier in plaats van plastic zakken om je brood in te pakken. Een duurzaam alternatief voor verpakkingen uit Tirol: de bijenwasdoekjes.

Fotos: Matthias Ziegler en Horst Fankhauser

Alexander

Alexander Zimmermann is zo vaak als hij kan in de bergen, meestal op wandel- of klimschoenen. Ook in de winter komt hij graag, dan op ski- of langlaufschoenen. Als journalist en strateeg pendelt hij tussen München, Tirol, Hamburg en Heidelberg.

Over de auteur »

Geen reacties

Omhoog
omlaag